Wijkgedreven stadmaken in Moerwijk (DH) en Delfshaven (R’dam)

Door Peter Pol, gemeente Den Haag
16 mei 2017

Op 11 mei wisselden Rotterdam en Den Haag ervaringen uit met Stadmaken. Hoe vergroot je de aantrekkelijkheid van kwetsbare stadswijken en gebruik je daarbij zo goed mogelijk de energie en kennis van inwoners. ’s Ochtends bezocht een delegatie van Moerwijk de wijk Bospolder Tussendijken (BoTu) in Delfshaven. ’s Middags ging het andersom. Zelf ben ik betrokken geweest bij de wijkinitiatieven in BoTu en ondersteun momenteel die in Moerwijk. Beide wijken maken deel uit van de Nieuwe Generatie Woonwijken die inzetten op brede acties om de wijken duurzaam aantrekkelijk te maken.
West Practice
Het bezoek aan BoTu was georganiseerd door de Delfshaven Coöperatie. Robbert de Vrieze en Patrick Boel legden uit dat zij als een soort lijm in de voegen initiatieven stimuleren en netwerken verbinden. Dat leidt tot mooie concrete resultaten. Zo is er West Practice, leerervaringsplekken voor jongeren in de wijk die hen helpt om ervaring, kennis en discipline op te bouwen. Ook kunnen ze er ervaringscertificaten mee verkrijgen.

Niet wijkgericht werken, maar wijkgedreven
Veel gemeenten zijn bezig om wijkgericht te werken. Robbert legde uit dat er vanuit beleid bereidheid is om mee te bewegen met lokale initiatieven maar dat er in structuur en regelgeving nog te veel systeemdenken uit het stadhuis komt. Beter is om vanuit de wijk maatwerk te leveren. Waar is behoefte aan, welke initiatieven lopen er al en welke dingen willen wijkbewoners zelf al doen? Wijkgedreven werken speelt veel meer in op de energie en kennis die er al in de wijk is. Het mooie is dat vaak met relatief geringe investeringen lokale initiatieven ondersteund kunnen worden die op langere termijn een groter rendement geven. Gemeenten zetten vaak in op grootschalige programma’s met grote budgetten, terwijl maatwerk vaak tegen lagere kosten kan. Het vergt wel een grote omslag in denken bij gemeenten.
Wijkcoöperatie als spin in het web
De Delfshaven Coöperatie speelt een stimulerende rol bij het wijkgedreven werken. Het heeft een driekoppig bestuur van gedreven en bekwame personen die een groot netwerk in de wijk hebben, maar ook daarbuiten. Daardoor kunnen ze verbindingen leggen tussen de leefwereld van de wijk en de systeemwereld van de gemeente. Wat cruciaal is dat de bestuurders zelf geen opdrachten in de wijk doen. Daarmee wordt belangenverstrengeling voorkomen en worden ze door wijkbewoners en de gemeente gerespecteerd als spin in het web.

Redundancy helpt
Het Rotterdamse Resilience programma ondersteunt de wijkinitiatieven in Delfshaven. Zij zijn ervan overtuigd dat het de economische en maatschappelijke veerkracht van de wijk versterkt. Wynand Dassen betoogde dat Redundancy, het hebben van een overmaat of reservecapaciteit aan tijd en middelen van belang is om aan de wijk te werken. ‘Zorg dat je niet al je middelen en tijd al hebt verdeeld, maar wees flexibel om geld en tijd te kunnen besteden aan kansrijke projecten die zich voordoen’.
Makerspaces
Mooie initiatieven zijn de makerspaces in beide wijken. De Bouwkeet in BoTu is opgezet door Stichting Verre Bergen met een makerspace in Detroit als lichtend voorbeeld. Made in Vierhavens en Made in Moerwijk zijn andere voorbeelden die we bezochten. Laatstgenoemde in Moerwijk heeft nog wel extra ondersteuning nodig om goed van de grond te komen. De Rotterdamse voorbeelden gaan daarbij wel helpen als inspiratiebron!

Urban Farmers
Aan de rand van Moerwijk ligt bovenop een industrieel gebouw de stedelijke rooftop farm. Het is een fantastisch iconische project voor Den Haag. Mooi is dat het direct voedsel levert aan lokale restaurants en dat het zeer duurzaam opgezet is. Het biedt ook kansen voor werkgelegenheid of vrijwilligerswerk vanuit Moerwijk. Door knellende regelgeving is dit tot nu toe nog niet gebeurd. Ons bezoek aan deze urban farm leidde wel tot de vraag: worden de regels niet te strikt geïnterpreteerd of moet er niet wat meer ruimte komen om dit wel mogelijk te maken?

Hybride geldstromen
Een belangrijke les van de dag is het belang van goede hybride geldstromen. Veelbelovende projecten moeten slim gebruik maken van meerdere bronnen. Van belang is dat er zicht is op economische en/of maatschappelijke meerwaarde. Subsidiestromen kunnen handig zijn, maar te veel afhankelijkheid ervan kan fnuikend zijn. Als de stroom eindigt, stopt het project namelijk ook. Zorg daarom altijd voor meerdere bronnen, zodat je continuïteit niet bedreigd wordt bij het wegvallen van één ervan. Mooi in dit verband is dat in beide wijken de Rabobank een actieve ondersteunende rol speelt.

Uitwisseling viel in goede aarde
De uitwisseling viel bij alle deelnemers in goede aarde. Er was veel enthousiasme over de bezochte projecten. Adressen en visitekaartjes werden driftig uitgedeeld. En tijdens de fietstocht, wandeling, lunch en borrel werden veel ervaringen gedeeld. De algemene reactie was: goed om elkaar te blijven inspireren. Laten we elkaar één op één op de hoogte blijven houden van ontwikkelingen en laten we gebruik maken van de kennis die er al is, en laten we zo’n uitwisseling vooral vaker doen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *